Schermafbeelding 2016-06-02 om 15.24.20

“Vier keer sloeg hij net zolang totdat ik een miskraam kreeg. De vijfde keer was ik drie maanden zwanger en zat ik met een pistool tegen mijn hoofd in de auto onderweg naar de abortuskliniek. Ik zat achter het stuur en hij bleef me maar slaan. We reden bijna de vangrail in.”

“Als klein meisje liep ik weleens met mijn vader langs de hoeren. Dan zei hij altijd dat ik nooit slechte keuzes moest maken, want dan zou ik ook achter zo’n raam belanden. Daarna werd hij ziek. Ik ben in Nederland geboren. Doordat mijn vader zo ziek was en mijn moeder haar handen vol had met de zorg voor hem, hing ik al vrij jong veel rond op straat. Op mijn elfde nam ik voor de eerste keer drugs. In mijn tienertijd ben ik verkracht en op mijn zeventiende overleed mijn vader en belandde ik via een vriendinnetje in de escortwereld. Op mijn achttiende ging ik bij mijn toenmalige vriend wonen. Hij beloofde een rooskleurige toekomst, dus begon ik achter het raam. Als mijn vader nog had geleefd, had hij me er hoogstpersoonlijk vandaan getrokken.”

“De eerste keer achter het raam vond ik vreselijk. Sta je daar een beetje in je onderbroek. En al die spiegels in die kamers.  Ik vond het echt heel erg. Als escort heb je tenminste nog kleren aan. Ik zwaaide, lachte lief en dacht ondertussen: ‘Vuile viezerik, pedofiel’. In het begin is het ontzettend onwennig. De eerste keer dat ik mijn vuist in iemand zijn kont moest doen, was verschrikkelijk. Er kwam een hele hoop mee. Maar je went aan het werk. Ik kreeg elke dag klanten met de meest gekke verzoeken. Ik moest een keer een naald door iemand zijn tepel doen, een buis door zijn piemel, iemand slaan of schoppen, vastbinden, buttplugs, wurgen en zelfs gasmaskers. Nou sorry, maar ik vind dat geen seks meer. Het meest bizarre was een man die kwam  aanzetten met een eendenbek. Die heb ik de deur gewezen.”

“Ik zwaaide, lachte lief en dacht ondertussen: ‘Vuile viezerik, pedofiel’.”

“Ik had geen contact met andere meisjes. Dat mocht niet van mijn vriend. De andere meisjes mochten dat trouwens ook niet. Al die jongens, die dus eigenlijk pooiers waren, waren doodsbenauwd dat we meisjes zouden afpakken voor onze eigen vriendjes (pooiers). Dat was helemaal niet onze intentie, we wilden gewoon met elkaar praten. We werden continu in de gaten gehouden. Als ik achter mijn raam ging zitten, in plaats van staan, belde hij al boos op. Toen ik een keer met een meisje van de overkant stond te praten gooide hij een vol blikje cola door mijn raam heen. Raameigenaren wisten wel wat er aan de hand was. Maar in plaats van dat ze de meisjes hielpen, werden we bij problemen uit ons raam gezet. Wat ons dan nog meer problemen bij onze vriendjes opleverden. Ondertussen vroegen de raameigenaren onze vriendjes of ze nog meisjes hadden voor in hun lege ramen.”

“Als ik thuiskwam met minder dan duizend euro, dan werd ik geslagen. Bij de eerste klap was het volgens mijn vriend een ongeluk, daarna gebeurde het vaker en geleidelijk. Mijn vriend kon goed praten en mooie dingen zeggen. Later besef je pas dat het allemaal niet normaal is. Ik heb weleens huilend achter mijn raam gestaan. Dan vroeg een klant wat er was en zei ik dat er iets in mijn oog zat en dan mocht ik weer doorgaan met pijpen. Als ik blauwe plekken had dan zei ik dat ik was gevallen. Ik heb weleens een klant verteld over mijn situatie. Hij beloofde me te helpen. Ik heb hem daarna nooit meer gezien.”

“Als mijn vader nog had geleefd, had hij me er hoogstpersoonlijk vandaan getrokken.”

“De eerste vier keer dat ik zwanger werd van mijn vriend, wist hij ervan. Toch bleef hij slaan, het was normaal voor hem. Door het geweld kreeg ik vier keer een miskraam. De vijfde keer kwam hij er pas na een paar maanden achter. Ik was dolblij. Hij niet. Hij beloofde dat als ik nog een paar jaar zou wachten, we een gezinnetje konden beginnen. Ik was het daar niet mee eens. Hij ging snuiven en werd paranoia. Vervolgens dwong hij me in de auto met een pistool tegen mijn hoofd en moest ik naar de abortuskliniek rijden. Met zijn ene hand hield hij het pistool vast en mijn zijn andere hand bleef hij me maar slaan. Thuis moest ik van hem mijn schoonfamilie bellen om te vertellen dat ik van de trap was gevallen en daardoor mijn kindje had verloren.”

“Op een gegeven moment kon ik niet meer. Door de mishandeling en de stress woog ik nog maar 46 kilo. Ik heb toen alle medicijnen in huis geslikt. Alle slaappillen, pijnstillers en antidepressiva die ik maar kon vinden. Ik lag op straat en had al geplast en gepoept. Dit is wat er gebeurt als iemand eigenlijk al dood is. Ik werd wakker op de Intensive Care. Het schijnt dat ik nog een beetje had gespuugd en dat is mijn redding geweest. Mijn vriend belde om te vragen waarom ik niet aan het werk was. Toen ik vertelde waar ik was, werd hij woest en liet me zweren dat ik niets zou zeggen, in het ziekenhuis kunnen ze namelijk aangifte doen. Maar de regelgeving hier deugt niet: Ik heb daar toen een deel van mijn verhaal gedaan. Die middag stond ik weer achter het raam.”

“Ik had al gepoept en geplast, dat gebeurt er als iemand eigenlijk al dood is.”

“Er kwamen steeds meer meisjes uit Oost-Europa  op de Wallen werken. Zij vragen minder geld voor hun diensten waardoor de prijzen naar beneden gingen. Ik kwam elke dag met minder geld thuis. Toen ik aan mijn vriend uitlegde waardoor dat kwam, geloofde hij me niet. Hij dacht dat ik geld achterhield bij mijn moeder. Op een avond haalde hij me op van mijn werk en heeft me toen de hele weg naar huis geslagen. Hij trok hele plukken haar uit mijn hoofd en zei dat hij mijn moeder zou vermoorden als ik niet zou vertellen waar het geld was. Zijn vriend heeft er toen voor gezorgd dat hij weer een beetje tot rust kwam. Mijn vriend had me die avond zo hard geslagen dat ik de volgende dag niet meer kon lopen. Nadat ik een uur had geslapen belde hij dat ik weer moest werken. Het lukte alleen niet. Ik viel op de gang en kwam niet meer overeind. Toen wist ik dat het klaar was en dat ik nu weg moest.”

“Dit gebeurde twee jaar geleden. Inmiddels ben ik 34 en is het moeilijk om mijn leven nu op te pakken. Je gaat van het ene uiterste naar het andere uiterste. Ik ben gediagnostiseerd met Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS) en seks is nog steeds een lastig onderwerp. De grens is er voor mij niet meer. Gelukkig heb ik lieve vriendinnen die me veel steun en hulp bieden. Ik heb erover nagedacht om ervaringsdeskundige te worden, maar ik heb besloten dat niet te doen. Mijn ex zoekt me nog steeds en ik wil dit wereldje achter me laten.”

Lees hier wat jij kunt doen.

*De vrouw op de foto is niet de vrouw uit het artikel. Fotograaf: Fabrizio Monaco